Coping deel 2

Vervolg op: Help mij te (over)leven, coping deel 1

Ik krijg steeds vaker te horen van mensen dat zij op enig punt in hun leven zijn vastgelopen, omdat ze niet meer weten wat hen nu precies nog gelukkig maakt. Er wordt door hen steevast de vraag gesteld of er niet meer uit het leven gehaald kan worden. Het antwoord is per definitie: Ja er kan meer uit het leven gehaald worden. De vraag is alleen of dat “meer” moet zitten in “nieuwe aanvullingen” (hetgeen meestal al uitvoerig geprobeerd is, zonder resultaat), of juist in het “versterken van de basis” (het leren bewust worden en waarderen van de basis die er al ligt, hetgeen meestal aan voorbij wordt gegaan).

Mijn ervaring is namelijk dat deze vastgelopen mensen vaak een onbestemd gevoel proberen op te vullen met iets nieuws, terwijl deze leegte (een persoonlijk tekort) in het verleden is ontstaan. Alleen door stil te staan bij de oorsprong (verleden) en inzicht te krijgen in hoe je met jouw tekort bent omgegaan, oftewel wat jouw huidige coping is (heden), zul je in staat worden gesteld om die leegte volledig in te vullen (wat al van grote invloed kan zijn op de mate waarin jij geluk ervaart!), om eventueel vervolgens te kunnen ontdekken wat jou nu echt gelukkig(er) maakt.

Wat is dan precies dat “persoonlijk tekort”?

Het is wellicht psychologie van de koude grond, maar zolang het duidelijk maakt wat ik bedoel gebruik ik graag dit hele simpele voorbeeld:

  • Wanneer je als ouder jouw kind als prins/prinses opvoedt (hetgeen steeds meer lijkt voort te komen in onze huidige maatschappij), leert jouw kind minder goed omgaan met tegenslag.
  • Wanneer het jou als ouder niet goedt lukt om jouw kind op te voeden met warmte en aandacht, leert jouw kind minder goed om te gaan met liefde.
  • Tot slot, wanneer het jou als ouder zou lukken om jouw kind de perfecte opvoeding te bieden (al heb ikzelf geen idee hoe deze opvoeding eruit zou moeten zien), leert jouw kind minder goed omgaan met disbalans.

Zoals dit voorbeeld illustreert, is het dus onvermijdelijk dat je als kind een tekort oploopt in jouw jeugd. Daarmee is het dus eveneens onvermijdelijk dat je als ouder een tekort bezorgd aan jouw kind en je daarmee dus “fouten” maakt in de opvoeding

Het bovenstaand voorbeeld lijkt vrij pessimistisch te zijn afgesloten. Echter, niets is minder waar! Wanneer we deze uitgangspositie als gegeven kunnen nemen, ontslaan we hiermee alle ouders van de last van het (proberen te) bieden van een perfecte opvoeding. Als we namelijk weten dat iets nooit perfect kan zijn, wordt het makkelijker om dit ultieme streven los te laten en ons meer te richten op het best haalbare (hetgeen zelfs beargumenteerd zou kunnen worden als perfectie, aangezien er geen betere optie mogelijk is).

Welke behandelvorm is passend?

Wanneer deze stap namelijk genomen is, kunnen we ons gaan richten op de oplossing. Het verleden kunnen we immers niet veranderen, ons heden en toekomst wel. Dit betekent niet dat we ons verleden moeten negeren, in tegendeel zelfs. Om tot die oplossing te komen, is het juist erg waardevol om te kijken wat ons persoonlijk ervaren tekort is, wanneer deze is ontstaan en hoe deze zich heeft ontwikkelt over de jaren heen. Zodra we dit inzicht hebben verkregen, kunnen we beginnen te ontdekken waar onze huidige gedachten en gevoelens vandaan komen en vervolgens te kijken op welke manier wij ons gedrag kunnen inzetten om tot de gewenste verandering te komen.
In sommige gevallen is het raadzaam om vooral op praktisch niveau aan de slag te gaan met gedachtes en gedrag (bijv. via Cognitieve Gedragstherapie). In andere gevallen is het wenselijk om specifieke gebeurtenissen eerst te verwerken (bijv. met EMDR). Daarnaast kan het ook voorkomen dat juist de coping (een terugkerend reactiepatroon n.a.v. dezelfde gevoelens) de focus krijgt (bijv. middels Schematherapie). Uiteraard behoort een combinatie van bovenstaande opties ook tot de mogelijkheden. Welke behandelvorm bij jou en bij jouw situatie past, zullen we samen ontdekken. Ongeacht op welke vorm wij uitkomen, zullen we altijd tegelijk werken aan de basisbehoefte van liefde, de psychologische behoefte van erkenning en waardering en de “allerhoogste” behoefte van zelfontplooiing.